Klinische operaties --> Gewrichtsprothetiek --> schouder
Schouder
Schouderprothese

Doordat de mens steeds ouder wordt, is de laatste jaren het aantal slijtageziektes aan de schouder (omathrose) gestegen.
Tekenen van deze ziekte: klachten bij en zonder belasting, een voortdurende behoefte aan pijnstillers en steeds minder beweeglijkheid van de schouder. Op de röntgenfoto zijn algemene tekenen van arthrose zichtbaar: bijv. de gewrichtsspleet wordt smaller, er ontstaan deformaties en botcysten.
De mogelijkheid van een schouderprothese is nog niet algemeen bekend en wordt dikwijls onderschat.
Heden ten dage is het mogelijk de natuurlijke anatomie van de schouder bijna helemaal te herstellen. De operatie mag helaas niet te laat plaatsvinden. Indien de patiënt al lang klachten heeft en de wekedelen (pezen, banden en kapsels) al gekrompen zijn en de kracht van de spieren achteruit is gegaan, kan de oude functie niet meer volledig hersteld worden.

Schouder
Operatietechniek
Doorgaans bestaat een schouderprothese uit twee componenten: de eerste vervangt de bovenarmkop en bestaat uit een metalen legering, de tweede vervangt de schoudergewrichtspan en bestaat over het algemeen uit twee delen: een metalen kom, die direct aan het bot wordt vastgezet en een kunststofgedeelte, dat de gewrichtskom vormt. Beide kunstmatige gewrichtsdelen kunnen met of zonder het z.g. botcement in het bot worden vastgezet. Afhankelijk van de slijtage aan het gewricht kan ook een deelprothese (hemiprothese) worden ingebracht. Wanneer de schoudermusculatuur erg beschadigd is, kunnen z.g. „inverse“ endoprothesen worden aangebracht. Deze kunnen de functies van de wekedelen overnemen.
Over het algemeen wordt deze operatie onder volledige narcose uitgevoerd. Daarbij wordt de schouder meestal van de voorkant geopend. Nadat de bovenarmkop gedeeltelijk verwijderd is, kan de bovenarmsteel op het inbrengen van de prothese worden voorbereid. Indien de gewrichtspan ook versleten is, wordt ook deze op het inbrengen van de metalen schaal voorbereid. Aansluitend wordt de prothese ingebracht en worden spieren en huid weer gesloten.
Na de operatie moet de patiënt een speciale mitella dragen.
Revalidatie
De eerste dag na de operatie wordt al met het revalidatieprogamma begonnen, zodat men al na korte tijd kan opstaan. Het schoudergewricht wordt heel voorzichtig bewogen. Aansluitend volgt dan fysiotherapie om de beweeglijkheid van de schouder langzaam te vergroten. Wanneer de kracht en de beweeglijkheid van de schouder voldoende verbeterd zijn, zou men zijn normale bezigheden weer kunnen oppakken. De postoperatieve revalidatie wordt met de arts doorgesproken. Meestal duurt het herstel drie maanden.

Schoudergewricht
Bij welke ziekte is een schouderprothese zinvol:
- omarthrose (slijtage van het schoudergewricht)
- avasculaire necrose (doorbloedingsstoornis van de bovenarmkop)
- rheumatische ontsteking van de schouder
- rotatorcuffdefectarthropathie (breed schouderpezendefect met secundaire slijtage)
- na bovenarmbreuken