Klinische operaties --> Gewrichtsprothetiek --> Knie
Knie
De kunstknie
Hoe is de natuurlijke knie opgebouwd?
De knie is het grootste gewricht van de mens. Het dijbeen (femur), het scheenbeen (tibia) en de knieschijf (patella) vormen de benige gewrichtspartners . Het kniegewricht is een samengesteld gewricht. Het bestaat uit twee enkele gewrichten (knieschijfgewricht en het gewricht tussen boven- en onderbeen (het femurotibiale gewricht)). Dit laatste gewricht is een combinatie van een rad- en een scharniergewricht. Dit gewricht maakt het buigen, het strekken en het in- en uitdraaien mogelijk. De knie moet bestand zijn tegen sterke belasting, maar tegelijkertijd ook zeer beweeglijk zijn. De knie wordt ondersteund door vele stabiliserende banden, bijv. de kruis- en zijbanden en verschillende spieren.

Knie
Wat is een knieprothese?
Een knieprothese vervangt het versleten deel van het knie. De versleten kraakbeen- en botlagen worden bij een operatie verwijderd en door twee kunstmatige onderdelen vervangen. Het bovenbeenbot en de scheenbeenkop worden „bekroond“. Om te voorkomen dat deze twee gewrichten over elkaar wrijven en daardoor metalen delen in het gewricht worden opgeslagen, wordt tussen beide componenten een inlay ingebracht.
Zoals op de afbeelding te zien is, bestaat de knieprothese uit tenminste twee componenten: het boven- en scheenbeendeel. Terwijl deze twee componenten altijd uitgewisseld moeten worden, is vervanging van de knieschijfachterkant zelden noodzakelijk.
- Het aandeel van het dijbeen (femur) bestaat in de regel uit een cobalt-chroom-molybdeen-nikkellegering
- Het aandeel van het scheenbeen (tibia) bestaat uit dezelfde componenten, waarop een vaste of beweeglijke inlay ligt. Fixbearing of mobilebearing
- De kunstknieschijf bestaat meestal uit stabiel kunsstof of kunsstof met een metalen oppervlakte aan de botkant. Het vervangen van de oppervlakte van de knieschijf is zelden noodzakelijk.
afbeelding knieprothese
- dijbeen
- bovenbeen component
- onderbeen component
- scheenbeen
- (kuitbeen

Knieprothese
Welke soorten knieprothese zijn er?
Het is niet altijd noodzakelijk om de gehele knie te vervangen. Als bijv. alleen het binnenste deel van de knie versleten is, kan de patiënt met een gedeeltelijke prothese worden geholpen. Omdat de knie vooral door zijn banden (kruis- en zijbanden) gestabiliseerd wordt, onderscheidt men de knieprotheses in zoverre als zij de steunende functies van de banden kunnen overnemen:

(links) knie röntgenfoto en (rechts) knieprothese uni slee röntgenfoto
Men onderscheidt daarom verschillende koppelingsgraden van de knieprotheses:
- Ongekoppelde protheses (hierbij behoort ook de gedeeltelijke prothese)
- Gedeeltelijk gekoppelde protheses
- Volledig gekoppelde protheses of ook scharnierprotheses
De ongekoppelde prothese
Net als bij het natuurlijke gewricht zijn hier het dijbeen en het scheenbeen niet via het kunstgewricht met elkaar verbonden. De stabiliteit van het kniegewricht wordt door de behouden banden gegarandeerd. Alleen de functie van de voorste kruisband wordt door de prothese overgenomen. Na de operatie zijn alle normale bewegingen van het gewricht mogelijk.
De gedeeltelijk gekoppelde prothese
Deze prothese wordt alleen bij patiënten met zwakke banden ingebracht. De prothese neemt de functie van de beschadigde banden over; normale bewegingen zijn alsnog mogelijk.
De volledig gekoppelde totale prothese
Bij deze prothese zijn het bovenbeen en het scheenbeen met elkaar verbonden en nemen alle stabiliserende functies van de banden over. Terwijl beide prothesedelen vroeger door een as met elkaar waren verbonden en zo alleen maar scharnierbewegingen toelieten, laten modern gekoppelde protheses ook draaibewegingen van het onderbeen en dus ook normale bewegingen toe. Volledig gekoppelde protheses moeten tegen een krachtige belasting kunnen zodat het kniegewricht niet omknikt. Deze protheses worden in het bijzonder bij wisseloperaties, instabiele gewrichten of O- en X-benen gebruikt.
Hoe wordt een knieprothese op het bot bevestigd?
Nadat tijdens de operatie de versleten gewrichtsoppervlaktes zijn verwijderd, worden het bovenbeen- en scheenbeengedeelte van de prothese meestal met botcement bevestigd. De cementvrije versie wordt nauwelijks meer toegepast.
Welke ervaringen zijn er met knieprotheses?
De knieprothese is naast de heupprothese de meest voorkomende en meest succesvolle orthopedische ingreep. Op grond van uitgebreide onderzoeken weet men dat patiënten vanaf 65 jaar een kans van meer dan 90% hebben om tenminste 10 jaar met de prothese te kunnen leven. Door de uitmuntende behandelresultaten worden steeds meer knieprothesen geplaatst bij jongere patiënten, die aan ernstige knieproblemen lijden.
Welk implantaat is het meest geschikt?
De keuze van de meest geschikte prothese en de juiste verankeringsmethode is afhankelijk van de oorzaak van de ziekte, de leeftijd, het geslacht, de kwaliteit van het bot en de wensen van de patiënt. Het is bijzonder belangrijk te weten of de natuurlijke bandstructuren zijn aangetast en of deze door gedeeltelijk of volledig gekoppelde protheses moeten worden vervangen. Voor slijtages, die maar een deel van het gewricht betreffen (meestal het binnenste), beschikt men over een hemislee of een unicompartimentele prothese. Op grond van de gezondheidstoestand en de verwachting van de patiënt zoekt deze samen met de chirurg het juiste implantaat uit.
Voor de operatie
Hoe ziet een optimale voorbereiding op een knie-operatie eruit?
Daar de operatie onder narcose wordt uitgevoerd, moet de narcotiseur (anesthesist) of de huisarts resp. een internist de algehele gezondheidstoestand van de patiënt onderzoeken om vast te stellen of hij in staat is een narcose te ondergaan en zo ja, welke vorm het meest geschikt is.
Hoe bereidt Uw operateur zich voor op de ingreep ?
Op grond van de poliklinische vooronderzoeken beraadt de operateur zich over de beste prothese en de noodzakelijke voorbereidingen. Afhankelijk van de mobiliteit, de stabiliteit van de banden en de röntgenfoto’s wordt de voor de patiënt meest geschikte prothese uitgekozen. Ook foutieve standen kunnen worden gecorrigeerd.
Jarenlange ervaring en grote oordeelkundigheid van de chirurg zijn voor een optimale planning noodzakelijk.
Wat kan de patiënt doen?
U kunt er zelf ook toe bijdragen dat de operatie een succes wordt. U moet zo gezond en fit mogelijk in het ziekenhuis verschijnen. Hoe beter Uw conditie is, hoe probleemlozer verlopen operatie en herstel. Met een doelgerichte opbouw van Uw spieren kunt U goede omstandigheden voor Uw nieuwe gewrichten scheppen. Bij overgewicht is het belangrijk dat U voor de operatie afvalt. Het is noodzakelijk dat U Uw arts over medicijnen en ziektes – zoals bijv. suikerziekte en/of cardiovasculair lijden – informeert. Hetzelfde geldt voor allergieën en acute infecties. Tijdens het gesprek met de chirurg en de anesthesist worden alle belangrijke vragen besproken. Samen met de artsen neemt U de beslissing over de narcose (volledig of gedeeltelijk).
De operatie
Bij een knieprotheseimplantatie moeten verschillende stappen ondernomen worden. Daar niet elke operatie volgens hetzelfde schema verloopt, volgen hieronder de belangrijkste maatregelen. De operatie duurt ongeveer 45 tot 60 minuten, maar aangezien niet alle operaties hetzelfde verlopen, kan het langer of korter duren.
Nadat de patiënt onder narcose is gebracht, wordt hij op zijn rug op de operatietafel gelegd. Een bloeddrukmanchet wordt om het bovenbeen gelegd om de bloedstroom te onderbreken. Naast het feit, dat de patiënt hierdoor minder bloed verliest, heeft de chirurg ook beter zicht tijdens de operatie. Nadat de huid is gedesinfecteerd, wordt het kniegewricht van voren geopend en de versleten menisci en de voorste kruisband verwijderd. Indien een z.g. navigatiesystem wordt gebruikt, kunnen aansluitend de beenas, de mobiliteit en de stabiliteit van de banden worden berekend. Indien zonder navigatietoestel wordt geopereerd, richt de chirurg zich op de röntgenbeelden.
Met behulp van speciale instrumenten worden de gewrichtsvlaktes zo bewerkt dat na de operatie de normale beenas, mobiliteit en „bandenspanning“ zich kunnen herstellen. Tijdens de operatie wordt dit met testprotheses vastgesteld. Er worden redondrainages aangelegd en de wond wordt gesloten.
Nabehandeling
De nabehandeling begint bijna direct na de operatie en heeft tot doel de patiënt zo snel mogelijk in zijn dagelijks bestaan terug te brengen. Al op de eerste dag na de operatie wordt het kniegewricht met behulp van een electrische brace (CPM: continuous passive motion) bewogen. Deze buigt en strekt het knie. Na deze oefeningen volgt de fysiotherapie. Het is zeer belangrijk dat de patiënt zo snel mogelijk leert weer op eigen benen te staan. Hij mag de eerste dagen na de operatie alleen onder toezicht van het personeel uit bed stappen. Met behulp van krukken leert de patiënt weer zelfstandig te lopen en kan hij meestal al na vijf tot zes dagen trappen lopen. Twee dagen na de operatie worden de redondrains verwijderd en dan wordt de fysiotherapie geintensiveerd. Het doel van deze oefeningen is dat de mobiliteit van de knie beter wordt dan vóór de operatie. Wilskracht en zelfvertrouwen zijn zeer belangrijk; alleen wanneer de patiënt meewerkt, kan de operatie het beoogde resultaat opleveren.
Na de operatie volgen regelmatig wond- en laboratoriumcontrôles om een eventueel optredende storing in het helen van de wond zo snel mogelijk te onderkennen en de noodzakelijke maatregelen te kunnen nemen.
Zolang de mobiliteit van de patiënt nog niet volledig hersteld is en dus nog geen volle belasting mogelijk is, is een thromboseprofylaxe in de vorm van antithrombosekousen en/of Heparinjecties zeer belangrijk. De patiënt moet rekening houden met ongeveer 7 tot 10 dagen ziekenhuisopname en daarna nog minstens 3 weken revalidatie. De revalidatie kan klinisch of poliklinisch plaatsvinden
Terwijl de meeste patiënten hun oude leven al gauw na de revalidatie weer kunnen oppakken, wordt in de regel de volle mobiliteit pas na enkele maanden bereikt. Dan pas lopen de zwellingen terug en zijn de wekedelen geheeld. Regelmatige contrôles zijn daarom zeer belangrijk.
Deshalb sind regelmäßige Kontrollen sehr wichtig für den weiteren Verlauf der Heilung und die Verbesserung der Beweglichkeit.
Het leven na de operatie
Het leven met een knieprothese:
Het belangrijkste doel van een knieprotheseoperatie is natuurlijk het pijnloos kunnen bewegen van de knie. Normaliter is dit doel na de revalidatie bereikt. De meeste patiënten kunnen zich na ongeveer drie maanden weer volledig belasten en al lange afstanden lopen. Helaas komt het voor dat de patiënt de knie, ondanks intensieve training, niet goed buigen kan. Bezigheden, die een diepe kniebuiging met zich meebrengen, worden daardoor enigszins bemoeilijkt.
Wanneer mag die patiënt weer zelf autorijden?
Na ongeveer zes weken mag men weer zelf autorijden. Meerijden mag al veel eerder.
Wanneer mag ik weer gaan werken?
De arbeidsgeschiktheid hangt natuurlijk af van het beroep. Veel patiënten, die in hun beroep moeten staan en/of lopen, kunnen na ongeveer acht tot twaalf weken weer werken. Bij andere beroepen is het werken al eerder mogelijk.
Hoe lang duurt het voordat men aan het implantaat is gewend?
De gewenningsperiode kan meer dan een jaar duren. In deze fase merken sommige patiënten dat hun nieuwe knie gevoelig voor weersveranderingen is.
Welke sporten kan men met een knieprothese uitoefenen?
In het algemeen in het belangrijk om weer actief te worden en de spieren te trainen. Met een knieprothese kunnen verschillende sporten worden uitgeoefend. Het beste zijn die sporten die de patiënt al kent en goed beheerst en waarbij de belasting van de knie niet te zwaar is. Tijdens het fietsen is het belangrijk dat men op een hoog zadel zit. In het algemeen is het belangrijk dat men met een knieprothese geen gevaarlijke sporten uitoefent.
Nordic Walking is een geschikte sport en kan zonder meer worden beoefend. Het voordeel van deze sport is dat de stokken veel zekerheid geven.
De volgende sporten zijn geschikt voor patiënten met een knieprothese:
- zwemmen, het meest geschikt: borstcrawl en rugzwemmen
- gymnastiek (geen zware knieoefeningen)
- roeien (extreme kniebuigingen vermijden!)
- Zeilen
- Paddelen
- wandelen
De volgende sporten zijn alleen geschikt voor mensen die vóór de knieprotheseoperatie al veel getraind hebben:
- langlaufen (brede ski’s worden aanbevolen)
- langeafstandsloop (alleen met een goede techniek, zachte bodem en goede loopschoenen)
- golfen (alleen met een goede techniek en weinig draaibewegingen)
Sporten, die niet geschikt zijn voor patiënten met een knieprothese:
- sporten waarbij snelheid en uithoudingsvermogen belangrijk zijn
- vechtsporten
- alle sprongdisciplines
- tennis, squash
- de meeste balspelen
- alpine skiën